Saint Junien

Column voor 19 Golf & Genieten

De mooiste boom van de wereld staat in Frankrijk en hij is een goed bewaard geheim. De reusachtige plataan, minstens een eeuw oud, staat midden op het erf van een tot golfhotel omgebouwde boerderij in Saint Junien, een dorpje gelegen op een dertigtal kilometer van Limoges. Het domein (inclusief een leuke 18 holes baan) is het speeltje van een gefortuneerde, Nederlandse aannemer die af en toe met een paar vrienden overkomt om een balletje te slaan. De rust mept je hier om de oren. Claire en ik zijn loyale bezoekers van deze hemelse plek en we vragen ons elk verblijf een beetje bezorgd af of het hotel een toekomst heeft. Bedrijfseconomisch lijkt het hele ding namelijk al jaren ten dode opgeschreven. Er komt vrijwel geen kat. De baan en het zwembad blijken weer eens de hele week nagenoeg voor ons alleen. Wel ontmoeten we Rob en Carmen, een sympathiek Nederlands-Roemeens koppel, getrouwen van het eerste uur zeg maar, die hier al voor de zevende keer neerstrijken. Ze delen onze bezorgdheid. Gevieren geven we onder het nuttigen van een glas rosé lucht aan onze gemengde gevoelens. Wat een heerlijk, rustige plek toch, verzuchten we. En natuurlijk moet dit zo blijven. Maar aan de andere kant: als het zo rustig blijft, zullen dan vroeg of laat de harde wetten van het kapitalisme niet gaan spelen waardoor de hele bedoening onverbiddelijk naar de sodemieter gaat? We vragen het ons –nippend van ons wijntje, nu en dan een olijf prikkend- af.


Het is God in Frankrijk hier. Van een echt hotelregime, waarbij men zich weliswaar welkom voelt en verwend, maar waar men zich ook aan enkele afspraken dient te houden, al was het maar opdat alles op wieltjes zou kunnen blijven lopen, is hier nauwelijks sprake. In dit zalige oord heerst volslagen vrijheid. Zeg maar lichte anarchie. Onbeperkt golfen wordt hier zeer letterlijk genomen. Op elk uur van de dag kun je beginnen op de één, of op de tien, of pakweg op de vijftien, niemand die jou een strobreed in de weg legt. Tijdens de warmste uren zoek je de schaduw op aan het zwembad waar verder geen levende ziel te bespeuren valt, ’s avonds geniet je van een eenvoudig maar voortreffelijk driegangenmenu en voorts van de goede zorgen van Flo, een hier aangespoelde Iers-Iraanse die je met haar flegma en licht spottende humor amuseert en in de watten legt. Golfkarretjes en buggy’s gebruik je als je er zin in hebt en worden je achteraf nauwelijks aangerekend. Bonnetjes aftekenen is hier niet aan de orde, maar geen nood, als de rekening niet klopt is het altijd in jouw voordeel. Of dit aan generositeit of vergetelheid te wijten is, daar kom je nooit achter. Een slordig, nonchalant m’enfoutisme is nu eenmaal het kenmerk van dit charmant, twaalf kamers tellend hotelletje. Uiteraard levert die achteloosheid ook een paar minpuntjes op, maar laten die op een vreemde, subtiele manier nu net de hele zaak nóg attractiever maken. Ik probeer het uit te leggen. Het management is eigenlijk niet wat het moet zijn. Niet dat de exploitante onvriendelijk is, maar ze munt toch vooral uit door lieftallige afwezigheid. Af en toe maakt ze haar opwachting, scharrelt koket glimlachend een beetje in het rond en verdwijnt dan weer geruisloos, God weet waarheen. Het echte werk laat ze over aan een paar al-doeners die er weliswaar behoorlijk invliegen, maar noodgedwongen een reeks slordigheden en lacunes met de mantel der diplomatie bedekken omdat er nu eenmaal teveel andere beslommeringen hun alerte aandacht opeisen. Kortom, er is personeelsgebrek en de mot zit er een beetje in. Van de schitterende lantaarns, opgehangen aan de schuren op het erf, is er altijd wel eentje stuk, sommige bloembakken staan te blinken, andere ronduit naargeestig te treuren, rond het zwembad is werk te doen, er tiert welig onkruid tussen de voegen van het terras. Wij, jongens uit het Noorden, zouden daar de hogedrukreiniger tegen in zetten. Maar het ergst van al: de installatie die de mooiste boom van Frankrijk na zonsondergang in lichterlaaie hoort te zetten, blijkt stuk. Tenminste dat vermoeden we, want het licht schiet niet aan wanneer de duisternis valt. Vorig jaar ook al niet. Dus gaan we er vanuit dat de panne nog steeds niet hersteld is. Onbegrijpelijk! Zo’n troef en die dan niet uitspelen. Jezus, een nieuwe lamp indraaien, dat kan toch geen probleem zijn. De grootste oen weet: wie één keer de feeërieke boom bij nacht in al zijn glorie heeft mogen aanschouwen, die komt geheid het jaar nadien terug.
Tja, wegen al die nalatigheden op tegen de positieve kanten? Geenszins. Om de waarheid te zeggen, we juichen ze toe. Die kleine onvolkomenheden zorgen er immers voor dat de mensen hier wegblijven. Volgens mij zit er een uitgekiend plan achter. Zet hier immers een beslagen manager neer die oog heeft voor detail, de hele tent een beurt geeft, het hotel presenteert in reisgidsen en golfbladen,  barbecues en dansavonden organiseert en je krijgt meteen een toeloop van jewelste. Weg rust, weg authenticiteit.
J’aime les défauts, beweerde Jane Birkin al in de jaren zestig en gelijk had ze. Perfectie verveelt de echte kenner. Nog één mankementje kan ik niet onvermeld laten. Eentje waar niemand wat kan aan doen. Beneden in het dal staat een gigantische papierfabriek waar je –wanneer je het mooie, avontuurlijke 18 holes parcours doorloopt- af en toe een glimp van opvangt. Je kunt de fabriek zelfs ruiken als de wind verkeerd zit, wat gelukkig maar zelden het geval is. Voilà, die had u van mij nog te goed. Me dunkt, definitief reden genoeg om nooit naar Saint Junien te komen. Al heeft u natuurlijk ongelijk want juist die hoek eraf maakt dit stukje paradijs bevattelijk en aards. Geen perfect plaatje, maar gewoon een heerlijke plek om te toeven. De onwaarschijnlijke rust die -hoe gestrest je hier ook arriveert- na een paar uur al weldadig op je ziel inwerkt, vind je nergens anders. Het is alsof de tijd hier stilstaat. En dan die baan die op jou ligt te wachten, ongerept en veelbelovend. Kom maar op jongen, als je er klaar voor bent, lijkt ze te zeggen. Oké, toegegeven, ik ben verliefd, mij moet je niet geloven. Ook niet als ik beweer dat alles wat op een prettige manier verkeerd loopt, achteraf meestal een verassend amusante wending neemt. Een staaltje daarvan, beste Rob en Carmen, kregen we te zien daags nadat jullie vetrokken waren. Bleek dat er een muzikant uit de regio een recital kwam geven op het terras. Hij speelde verzoeknummers, gaande van Hey Jude van de Beatles tot La Javanaise van Gainsbourg. Echt waar! Op óns terras! Het werd een zalige, feestelijke avond. Veel volk, nu ja, drieëntwintig personen, Claire heeft ze geteld, voornamelijk lieden uit de streek. Hier en daar een voorzichtig dansje. Super! Had Carmen zeker mieters gevonden. En het werd nóg beter. Nadat we Flo een fikse, onhollandse fooi hadden gegeven om haar goede zorgen van de afgelopen week te celebreren, ging ze –onze liefde voor de plataan intussen kennende- naar de manager die mee was aangeschoven aan de dis, fluisterde haar iets in het oor en zowaar:  de uitbaatster in hoogsteigen persoon verhief zich uit haar stoel en begaf zich naar de mooiste boom van Frankrijk, draaide aan een schakelaartje en zie… daar stond ie dan, in volle glorie. Dus toch! Verlichting hersteld! Alleen had niemand tot dan toe de moeite genomen om de mechaniek in werking te stellen. Ooooooooh ging het eenstemmig door de gelederen en toen dachten wij –echt waar- in de eerste plaats aan jullie twee. Doodzonde dat jullie dit hadden gemist. Maar geen nood, volgend jaar, als God in Frankrijk het belieft, steken wij gewoon zelf het licht aan. Ik weet nu hoe het moet.    

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s